Overhead:
Op dit taakveld worden tal van bedrijfsvoeringsuitgaven verantwoord, zoals griffie, ICT, huisvesting, P&O, financiën, management, enz. De lasten op dit taakveld zijn € 540.000 lager dan geraamd.
De uitgaven voor Dorps- en wijkraden zijn lager dan geraamd. Dit betreft met name een onderuitputting op de bottum-up gelden. Circa € 50.000. Deze middel worden als gevolg van de onderuitputting ook niet onttrokken uit de algemene reserve. Ook de lasten ICT zijn lager dan geraamd. Dit komt door vertraging in uitvoering van het projectenboek 2025. Veel van deze projecten zijn doorgeschoven naar 2026. Uw gemeenteraad heeft besloten om € 150.000 door te schuiven naar 2026. Op de lonen en salarissen is een onderuitputting van circa € 240.000. Dit is met name het gevolg van niet ingevulde vacatures, dan wel vacatures welke pas gedurende het jaar ingevuld zijn. Op het onderhoud van onze gemeentelijke gebouwen heeft ook een onderuitputting plaatsgevonden van circa € 200.000. Ook dit is grotendeels te verklaren door verschuiving van gepland onderhoud. Hierdoor wordt ongeveer € 120.000 ook niet onttrokken uit de reserve meerjaren onderhousplan. Het onderhoud is uitgesteld naar 2026. Daarnaast waren er ook lagere kapitaallasten als gevolg van het niet doorbelasten van rente.
De accountantskosten waren circa € 45.000 hoger dan geraamd. In oktober heeft nog een afrekening over de controle van 2024 plaatsgevonden. Daarnaast is ook een 1e en 2e termijn voor 2025 betaald. Dit was niet volledig meegenomen in de najaarsnota 2025.
De financiële verordening is in de loop van 2025 opnieuw vastgesteld. Eén van de wijzigingen was de aanpassing van € 35.000 naar € 50.000 ten aanzien van de investeringsgrens. Dat wil zeggen dat uitgaven onder de € 50.000 niet geactiveerd worden. Deze regeling geldt met terugwerkende kracht. Als gevolg daarvan is de aankoop van een kraan van € 47.000 ten laste van de exploitatie gekomen. Dit was niet meer geraamd.
De baten op dit taakveld zijn hoger dan geraamd. De detachering van personeel (directie en administratie) heeft € 50.000 meer opgebracht dan geraamd. Als gevolg van intern uitgevoerde BTW controles over de afgelopen 5 jaar heeft de gemeente circa € 37.000 aanvullend aan belasting teruggevorderd. Het overige heeft met name te maken met terugontvangen ziekengelden (verzekering).
Treasury:
De verwachte daadwerkelijke rentelasten zijn in de najaarsnota met € 1,4 miljoen euro naar beneden bijgesteld. In dezelfde najaarsnota is dit voordeel niet verdeeld over de beleidstaakvelden, maar op taakveld treasury gepresenteerd. De daadwerkelijk betaalde rentelasten bedragen € 325.000. Daar staat een renteopbrengst, met name door schatkistbankieren, tegenover van € 393.000 euro. Door dit positieve saldo is er dus geen rente doorbelast op de beleidstaakvelden. Dit leidt door heel de jaarrekening tot een voordeel van € 2.135.000. Met name het rioolfonds profiteert hier het meeste van € 680.000. Ook de kapitaallasten voor de wegen zijn hierdoor aanzienlijk lager €350.000.
OZB niet-woningen:
Dit overschot is doordat het volume het afgelopen jaar meer gestegen is, dan waarmee in de begroting rekening is gehouden.
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds:
Het verschil met de begrote UGF bedraagt ruim € 621.000 en wordt voornamelijk veroorzaakt door de bijstellingen uit de decembercirculaire die niet meer in de begroting konden worden verwerkt en de na-verrekeningen over voorgaande jaren.
Overige baten en lasten:
In de najaarsnota resteerde nog een budget nader te concretiseren beleidsvoornemens van € 84.000. Hiervan is niets meer ingezet. Het structurele aandeel van nader te concretiseren beleidsvoornemens is in 2026 weer beschikbaar.